|
Rechtsgrond
De SVB is als rechtspersoon ingesteld bij Landsverordening van
29 augustus 1960 (P.B. 1960 no. 154) en is belast met de uitvoering van
de volgende verzekeringen:
- Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering - P.B. 1960 no. 83
- Landsverordening Algemene Weduwen- en Wezenverzekering - P.B. 1965
no. 194
- Landsverordening Ongevallenverzekering - P.B. 1966 no. 14
- Landsverordening Ziekteverzekering - P.B. 1966 no. 15
- Cessantia-landsverordening - P.B. 1983 no. 85
Bij genoemde landsverordeningen wordt geregeld, wie verzekerd zijn, tegen
welke risico's genoemde verzekeringen dekking verlenen, en tegen welke
premie.
Anders dan bij privaatrechtelijke verzekeringen, waar partijen een grote
mate van contractsvrijheid hebben, wordt het geheel van de rechten en
plichten voor de verzekerde en voor het uitvoeringsorgaan van de sociale
verzekeringen die publiekrechtelijk van aard zijn, in de betreffende landsverordeningen
dwingend voorgeschreven.
Het Cessantiafonds is een afzonderlijke rechtspersoon, waarvoor een aparte
jaarrekening wordt opgesteld.
Ministeriële verantwoordelijkheid
De ministeriële verantwoordelijkheid voor de SVB is neergelegd bij
de Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling.
Raad van Toezicht en Advies
Het houden van toezicht op het beheer van de SVB en het geven van advies
in zaken de SVB betreffende, is opgedragen aan de Raad van Toezicht en
Advies. De Raad wordt benoemd door de Gouverneur voor de periode van drie
jaar.
De Raad wordt samengesteld door één vertegenwoordiger uit
werknemerskring, één uit werkgeverskring, vier vertegenwoordigers
uit maatschappelijke groeperingen, anders dan van werkgevers en werknemers,
en een voorzitter.
Directie
Het beheer van de SVB is opgedragen aan een Directeur, die verantwoordelijk
en rekenplichtig is aan de Minister van Volksgezondheid en Sociale Ontwikkeling.

|